M. Vincent van Mechelen

FONEMEN EN KLEMTONEN
TWEEKAMERIG WEERGEGEVEN

Taal draait om betekenis: de betekenissen van woorden en geordende verzamelingen van woorden die andere personen aan ons overdragen, en die die wij zelf aan anderen willen en weten over te dragen. Dat gebeurt door middel van hoorbare klanken in de gesproken taal, en door middel van zichtbare tekens in de geschreven taal. Verschillen tussen die klanken en tekens zijn pas relevant als zij de overdracht van de bedoelde betekenis in de weg staan. Is dat niet het geval, omdat twee klanken of tekens te weinig verschillen, of omdat ze verschillen in 'n opzicht dat er niet toe doet, dan kunnen we wat de semantiek betreft tevreden zijn. Wanneer de betekenisoverdracht via klanken plaatsvindt, is er geen fonetische, maar 'n fonematische precisie vereist, waarbij we stellen dat twee klanken 'hetzelfde' zijn als het systematisch gebruik van de ene in plaats van de andere klank of variant niet leidt tot 'n verschil in betekenis van 'n woord. Wat puur fonetisch gesproken twee of meer klanken zijn, is dan een foneem. (Er is ook 'n tegenhanger in de geschreven taal, namelijk het grafeem, het kleinste stukje schrift dat 'n klank weergeeft. Beide worden wel "de bouwstenen van taal" genoemd, maar terwijl de definitie van foneem op geen enkele wijze naar de geschreven taal verwijst, verwijst die van grafeem wel naar de gesproken taal. Het primaat ligt dus echt bij het foneem.)

Om te bepalen hoe breed 'n fonematische klank of hoe groot 'n fonematische klankgroep is, gebruikt men minimale paren, d.w.z. woorden die maar in een klank van elkaar verschillen. 'n Voorbeeld is het paar kind versus kient (van het werkwoord kienen), waarvoor je het verschil tussen de korte i en de lange ie moet kunnen horen en uitspreken. Komt dat klankverschil niet overeen met 'n verschil in betekenis, of met 'n verschil tussen betekenis hebben en geen betekenis hebben, dan behoren fonetisch gezien verschillende klanken tot hetzelfde foneem; komt dat daarmee wel overeen dan behoren ze tot verschillende fonemen (of helemaal niet tot enig foneem). Dit is zo, ongeacht wat de fonetische details zijn, ongeacht of het foneem in 'n beklemtoonde of onbeklemtoonde lettergreep voorkomt, ongeacht wat de spelling van de klanken of woorden is, en ongeacht wat de situatie is in andere talen! Net als een zwaluw nog geen zomer maakt, vereist 'n bewijs van 'foneemschap' ook meer dan een voorbeeld. Je kunt wel beweren dat de f in fier en de v in vier voor twee verschillende fonemen staan, omdat fier niet hetzelfde betekent als vier, maar als dit het enige minimale paar is zonder 'n vreemd woord of 'n eigennaam erbij te betrekken, dan kunnen beide woorden nog even goed als homoniemen beschouwd worden met hetzelfde foneem op de plaats van de f en van de v. Houd daarbij rekening met het feit dat in de uitgang ief van 'n woord zoals integratief het laatste foneem beklemtoond is, en in de verbogen uitgang ieve van integratieve het een-na-laatste foneem juist weer niet, en dat de klemtoon noch de spelling mogen bepalen wat het foneem is. (Terwijl de spelling hierbij geen absolute rol speelt, kan het weer wel zo zijn dat 'n traditioneel verschil in spelling duidt op 'n verschil in waargenomen foneem, maar dan misschien wel weer een die vroeger in 'n bepaalde tijd en op 'n bepaalde plaats bestond en ter zake was, en niet meer hier en nu. Dat geldt ook voor Vrieslant.)

Ongetwijfeld is het International Phonetic Alphabet (IPA) het beste systeem dat heden ten dage beschikbaar is voor fonetische notaties, vooral in 'n interlinguistisch verband (dat net zo goed 'nationaal' als internationaal kan zijn). Dat IPA wordt aangeboden als 'n alfabetstelsel dat primair gebaseerd is op het Latijnse schrift. Helaas is dat schrift 'n freak of culture, 'n wangedrocht der kultuur, zonder enige inhoudelijke orde of kwaliteit, behalve, misschien, dat het (toevallig?) iets van 'n verband lijkt te tonen tussen de stemloze/fortis p en de stemhebbende/lenis b. Alsof deze al of niet noodzakelijke keuze al niet betreurenswaardig genoeg is, maakt het IPA juist geen gebruik van de mogelijkheid die het Latijnse alfabet wel biedt om tekst met kleine letters of, om 'n goede reden, met hoofdletters te schrijven. Dit tweekamerig (bicameral) systeem, dat overal aanwezig is waar het Latijnse alfabet gebruikt wordt, leent zich namelijk uitermate goed om het onderscheid tussen 'beklemtoonde' en 'onbeklemtoonde' fonemen mee aan te duiden. En gelukkig maar, want na de puur individuele eigenschappen van fonemen is de nadruk die ze krijgen, direkt of indirekt als onderdeel van 'n lettergreep, uitermate belangrijk voor 'n goed begrip van het gesproken woord, en de gesproken zin. Het symbolenstelsel voor de fonemen van Deze Taal dat ik hier introduceer is derhalve 'n tweekamerig of 'bikameraal' alfabetsysteem: met 'n hoofdletter geschreven heeft het foneem 'n klemtoon, met de bijbehorende kleine letter geschreven niet, omdat de hele lettergreep waarin het voorkomt onbeklemtoond is, of omdat het foneem zich bevindt op 'n plek waar 'n beklemtoonde en 'n daaropvolgende onbeklemtoonde lettergreep overlappen.

Lettergrepen in de uitspraak hoeven geen lettergrepen in de spelling te zijn (vooral niet in het Engels). Waar zij dat echter wel zijn, wordt de onterechte suggestie gewekt dat 'n grens tussen twee lettergrepen altijd scherp is, terwijl er 'n duidelijk onderscheid gemaakt kan worden tussen scherpe en vage grenzen (sharp and fuzzy boundaries). Bij 'n vage grens is er 'n overgangsgebied omdat een of meerdere fonemen van de vorige lettergreep in principe ook uitgesproken zouden kunnen worden als fonemen van de volgende lettergreep. Neem, bijvoorbeeld, het woord spelling. Ortografisch wordt dat ontleed als spel-ling, en dan opgedeeld in spel- en ling als er onvoldoende ruimte over is voor het hele woord. Fonematisch is met die verdeling niets te beginnen, want er is maar een l in de uitspraak. Toch is het wel zo dat er zuiver fonematisch geproken twee lettergrepen 'aanspraak kunnen maken' op de l, namelijk spel, 'n vrij morfeem, en ling, 'n gebonden morfeem (zoals in boorling). Hoewel de l in dit geval morfematisch helemaal bij spel hoort, behoort hij hier fonematisch tot het grensbebied van de beklemtoonde lettergreep spe(l) en de onbeklemtoonde lettergreep (l)ing. Iets heel anders is het als 'n onbeklemtoonde lettergreep (of een met nevenklemtoon) voorafgaat aan een met 'n hoofdklemtoon, want dan is de grens tussen lettergrepen altijd scherp in de uitspraak. Neem het woord gespeld, dat als ge-speld afgebroken wordt in de spelling. Je zou je kunnen afvragen of de sp zich hier niet, net als de l in spelling, bevindt in 'n overgangsgebied, nu tussen gesp en speld, maar dit is niet het geval, omdat ge of gesp relatief krachteloos is (en de e in ge niet eens uitgesproken wordt als de e in gesp). Het woorddeel speld heeft als 'n beklemtoonde lettergreep vooral aan het begin, tot en met de klinker, te veel kracht om de sp van zich af te laten snoepen. Tussen ge en speld zal ik het fonematische koppelteken voegen om 'n scherpe grens tussen lettergrepen in de uitspraak te markeren; waar de grens vaag is, omdat twee lettergrepen in elkaar overlopen, moet dat blijken uit de afwezigheid van 'n koppelteken. Nog even zonder foneemsymbolen te gebruiken, wordt gespeld dus ge-speld, terwijl in spellen en spelling zo'n koppelteken achterwege blijft. (Het is niet zo dat 'n fonematisch koppelteken niet voor kan komen na 'n beklemtoonde lettergreep die gevolgd wordt door 'n onbeklemtoonde: in voorspelbaar, bijvoorbeeld, komt het niet alleen voor tussen voor en spel, maar ook tussen spel en baar. Omdat er noch van spelb noch van lbaar sprake kan zijn, is de grens tussen spel en baar scherp.)

Hieronder volgt 'n tabel van 34 of 35 fonemen van Deze Taal, waarbij niet uitgesloten is dat er meer zijn, afhankelijk van wat men 'n overtuigend bewijs vindt voor de erkenning van 'n afzonderlijk foneem. (Sommigen spreken van "ongeveer 40 fonemen".) Elk symbool bestaat uit een of twee letters of grafemen. Zijn het twee letters, dan komen die nooit in fonematische notatie direkt achter elkaar voor als letters voor twee verschillende fonemen, omdat er in zo'n geval altijd 'n koppelteken tussen die fonemen zou staan om 'n scherpe grens tussen lettergrepen aan te duiden. De twee O's in |OO|, bijvoorbeeld, kunnen niet de oo in zoöfiet weergeven, want de fonematische notatie voor dat woord is |zoo-oo-FIET| of |ZOO-| met wat kleinere hoofdletters voor 'n zwakkere nevenklemtoon. Ook bij de medeklinkers kan bijvoorbeeld |NG| niet staan voor de ng in 'n woord als wangunst, want de fonematische notatie voor dat woord is |WAN-gunst| of |-GUNST|. In het algemeen volg ik bij de selektie van de letters eenvoudigweg de spelling van Deze Taal zoals zij geldt voor individuele klanken. 'n Uitzondering is de verdubbeling van de I en de i voor de lange ie, die volgt uit de konsekwente toepassing van de regel dat 'n korte klinker met een letter en de overeenkomstige lange klinker met 'n verdubbeling van diezelfde letter geschreven wordt. Met 'n beklemtoond foneem wordt, nogmaals, bedoeld 'n foneem in (het voorste deel van) 'n beklemtoonde lettergreep. Ik verdeel hierbij de klemtonen niet verder onder in sterkere hoofd- en zwakkere nevenklemtonen. De vertikale strepen aan weerszijden van een of twee letters duiden aan dat het om 'n taalspecifiek fonemisch symbool gaat.

Tabel van beklemtoonde fonemen

Foneem met voorbeeld(en)
Alat; vgl. |AA|
AAlaat; vgl. |A|
Bbed; vgl. |P|
Ddak; vgl. |T|
Ebek; vgl. |EE|
EEbeek; vgl. |E|
EUeuvel, leukste, sneu
Fwanneer |FF|=|FV|
 FFfier; vgl. |FV|
 FVvier; vgl. |FF|
Gga, vergeven, lach/lag
Hhuis, behandelen
Ilid; vgl. |II|
IIlied; vgl. |I|
Jjong, bejaard, kajuit
Kkok, herkiesbaar, eik
Lleeg, gelukkig, vol
Mmuis, vermoedelijk, om
Nneus, dineren, trein
NGzing, zongen, gezongen
Ozon; vgl. |OO|
OEoever, stoel, taboe
OOzoon; vgl. |O|
OUoud, vertrouwen, gauw
Ppet; vgl. |B|
Rrust, overreden, uur
Ssaai; vgl. |Z|
SJsjaal, sjuutje; vgl. |ZJ|
Ttak; vgl. |D|
Ustuk; vgl. |UU|
UIuitingen, geruild, trui
UUstuc; vgl. |U|
Wwol, ouderwets, nieuw
Yeis/ijs, termijn, kei
Zzaai; vgl. |S|
ZJgenre, zjuutje; vgl. |SJ|

Degenen die op deze plaats 'n tabel van onbeklemtoonde fonemen verwachten, moet ik (vooralsnog) teleurstellen, omdat zo'n tabel (bijna) niets essentieels toevoegt, want als |X| of |XQ| het foneem is in 'n beklemtoonde positie, dan is |x| of |xq| hetzelfde foneem in 'n onbeklemtoonde positie. Alleen de voorbeelden van de woorden waarin het onbeklemtoonde foneem voorkomt zijn natuurlijk anders, of ze worden gebruikt op 'n andere plaats of in 'n andere hoedanigheid. (Vergelijk de m van om in het beklemtoonde bijwoord |OM| en in het onbeklemtoonde voorzetsel |om|.) De woorden behandelen en bejaard kunnen nu voorbeelden zijn van het gebruik van het onbeklemtoonde |b|-foneem; de woorden gelukkig en gezongen van het onbeklemtoonde |g|-foneem; het woord herkiesbaar van het onbeklemtoonde |h|-foneem; enzovoort. De onbeklemtoonde |a| komt in geen van de voorbeelden hierboven voor; wel de onbeklemtoonde |aa|: in herkiesbaar, |her-KIIS-baar|, in taboe, |taa-BOE|, en in kajuit, |kaa-JUIT|. (Indien we 'n hoofd- van 'n nevenklemtoon willen onderscheiden, wordt |her-KIIS-baar| |HER-KIIS-baar|.) Alles wijst zich vanzelf verder uit, als men maar weet wat de of 'n juiste uitspraak van het woord is. Het enige wat wellicht 'n nadere toelichting behoeft, is de onbeklemtoonde klinker in voorvoegsels zoals be en ge, en in achtervoegsels zoals en en lijk, de sjwa. Of het nu fonetisch geheel bevredigend is of niet, fonematisch is de sjwa in Deze Taal gewoon het onbeklemtoonde evenbeeld van de beklemtoonde |U|, als in dun, |DUN|, dus de |u|, als in 'n, |un|. Het leven is niet voor niets verrukkelijk en 'vurrukkulluk' en |vu-RUkuluk| (ook al wordt er maar een r uitgesproken, en wel aan het begin van de beklemtoonde tweede lettergreep).

De klemtoon van 'n woord kan 'n grote rol spelen bij het begrijpen ervan. Bedelen, |bu-DEElun|, mag niet verward worden met bedelen, |BEEdulun|, en verspringen, |fur-SPRING-un| niet met verspringen, |FER-spring-un|, ook al is de uitspraak van een of twee klinkers niet volkomen gelijk. Bij de woorden overdrijven, |oofur-DRYfun| of |OOfur-|, en overdrijven, |OOfur-dryfun| of |-DRYfun|, is zelfs helemaal geen verschil van uitspraak tussen de klanken. In het poëtische verband van wat wij al of niet als rijm ervaren, speelt de klemtoon, los van de betekenis van de woorden, zelfs 'n doorslaggevende rol. Iedereen die weet wat het is, zal erkennen dat laat rijmt met staat, en ook met inderdaad, in wat "staand rijm" genoemd wordt, om van "mannelijk rijm" maar niet te spreken. (Overdaad is 'n geval apart, omdat de hoofdklemtoon op de eerste lettergreep valt, en niet op daad. De laatste lettergreep heeft echter wel 'n nevenklemtoon, en als men die meetelt, rijmt overdaad wel op woorden als laat, staat en natuurlijk schaadt.) Toch rijmen praten en zitten, die ook de laatste lettergreep gemeen hebben, niet met elkaar omdat die lettergreep in dit geval niet beklemtoond is, terwijl de voorafgaande lettergrepen ook geen 'slepend rijm' kreëren, zoals bij praatten en vergaten, of bij zitten en ritten. De tweekamerige weergave laat dit alles heel duidelijk zien: |PRAAtun| en |ZItun| rijmen niet, |PRAAtun| en |furGAAtun|, of |ZItun| en |RItun| wel. Dit is eindrijm, maar iets anders is 'alliteratie' in de onvervalste zin van het woord, waarbij het gaat om beginrijm in de uitspraak, d.w.z. om het begin van beklemtoonde lettergrepen van hetzelfde woord of 'n woord dat dichtbij is of 'n overeenkomstige positie heeft. Bij alliteratie speelt de klemtoon 'n nog grotere rol, tenminste, als zij niet van het eenvoudige kant-en-klare type is. Denk aan boze boeren of levendige landbouwers (maar niet aan zoiets als het op de spelling gebaseerde chaotische chefs, dat zo kant en klaar is dat het volslagen fout is). Laat, |LAAT|, allitereert namelijk niet alleen met leeg, |LEEG|, maar ook met gelegen, |gu-LEEgun|, en nog sterker met gelaagde, |ge-LAAG-du|, omdat dan ook de beklemtoonde klinker hetzelfde is. Taboe, |taa-BOE|, allitereert totaal niet met tafel, |TAAful|, maar wel met bloot, |BLOOT|, en doorbreken, |door-BREEkun| of |DOOR-|. De schepper van dichterlijke (delen van) werken die boven het vele oppervlakkige rijm wil uitstijgen, kan door op bepaalde plaatsen dit soort klankverkenningen uit te voeren met 'n schoonheid verschijnen die zeer plezierig is. Maar ook bij beginrijm geldt: overdaad oogt niet.

Net zoals er speciale woordenlijsten zijn voor eindrijm, zo zijn speciale lijsten voor beginrijm of 'alliteratie' ook hard nodig voor de liefhebber, tenminste als het gaat om alliteratie zoals dit rijm historisch opgevat werd en/of systematisch opgevat behoort te worden. De standaardspelling hoeft immers helemaal niet de plaats en de klemtoon van het foneem waar het om gaat aan te duiden. In This Language is de behoefte aan zo'n lijst of woordenboek nog veel groter dan in Deze Taal, omdat daar de afstand tussen spelling en zowel elementaire uitspraak als klemtoon interlinguistisch beschouwd abnormaal groot is. Ruim dertig jaar geleden ben ik al begonnen met het aanleggen van zulke lijsten in mijn Vocabulary of Alliteration, eveneens met gebruikmaking van door mijzelf voorgestelde taalspecifieke bikamerale foneemsymbolen. (In This Language staat |EE| niet voor de ee van beek, maar voor de ee van eel; |OO| niet voor de oo van zoon, maar voor de oo van oof of de ou van ouzo; en de sjwa wordt daar niet weergegeven met |u|, maar met |a|.) Voor iedereen die de bekoorlijke klanken van de gesproken, en zeker de gezongen taal kan horen, staat het allang vast: taal draait niet uitsluitend om betekenis.